Begrippenlijst
|
|
A
B
C
D
E
F
G
H
I
J
K
L
M
N
O
P
Q
R
S
T
U
V
W
X
Y
Z
|
Begrip:
Economisch eigendom
Eigendom kan in tweeen worden gesplitst, namelijk in economische en juridische eigendom. Bij economische eigendom van een huis draagt men alle rechten en plichten over en kan de verkrijger er feitelijk over beschikken. De woning komt pas in juridische eigendom wanneer deze bij de notaris is overgedragen en d.m.v. de transportakte is ingeschreven bij het Kadaster.
|
Begrip:
Economische looptijd
De periode waain de hypothecaire lening volgens het bij de verstrekking overeengekomen aflossingsschema geheel zou moeten worden afgelost. Vaak is dit 30 jaar.
|
Begrip:
Effecthypotheek
Hypotheek waarbij de aflossing op einddatum geschiedt door middel van een éénmalig gestort bedrag bij aanvang dat is vastgesteld op basis van een minimaal te verwachten rendement. Dit bedrag kan mee zijn geleend in de hypotheek. Meestal wordt hieraan een overlijdensrisico- of levensverzekering gekoppeld, maar dat is niet verplicht. De effectenhypotheek biedt veel vrijheid wat betreft het beheren van uw eigen effectenportefeuille, en is daardoor geschikt voor mensen die al enige ervaring met beleggen hebben. De kosten zijn laag. U kunt een hoger rendement behalen, maar de resultaten kunnen natuurlijk ook tegenvallen.
|
Begrip:
Effectieve rente
Het rentepercentage dat men over zijn hypotheekschuld betaalt, waarbij rekening wordt gehouden met bijkomende kosten van een hypotheek, afsluitprovisie en het tijdstip waarop de hypotheekrente is verschuldigd (vooraf, achteraf, per maand of per kwartaal).
|
Begrip:
Eigen geld
Geld waarover u vrij de beschikking heeft om bijvoorbeeld een deel van de eigen woning te financieren of aan te wenden voor een optimale hypotheek.
|
Begrip:
Eigendomsbewijs
Wanneer de transportakte van het huis bij de notaris is ondertekend en de nieuwe eigenaar vervolgens is ingeschreven bij het kadaster ontvangt de nieuwe eigenaar een afschrift, het eigendomsbewijs.
|
Begrip:
Eigendomsoverdracht
De overdracht van het eigendom van een onroerende zaak bij de notaris via een notariële akte en de inschrijving daarvan bij het kadaster.
|
Begrip:
Eigenwoningforfait
De denkbeeldige inkomsten uit de eigen woning uitgedrukt in het zogenoemde eigenwoningforfait. Bij de aangifte inkomstenbelasting dient dit forfait bij het inkomen te worden opgeteld. De hoogte van deze fiscale huurwaarde is een bepaalde percentage van de WOZ-waarde (Wet Onroerende Zaakbelasting) van de woning. De WOZ-waarde is de waarde van de woning in lege staat en wordt door de gemeente bepaald.
|
Begrip:
Eigenwoningrente
Term die wordt gehanteerd voor leningen (niet alleen hypotheek) die dienen voor aankoop, onderhoud of verbetering aan de woning. Hierdoor komen zij in aanmerking voor hypotheekrenteaftrek in Box I.
|
Begrip:
Erfpacht
Het zakelijk gebruiksrecht voor een stuk grond dat niet in eigendom is. De vergoeding hiervoor noemt men erfpachtcanon.
|
Begrip:
Erfpachtcanon
De aftrekbare periodieke (gemeentelijke) heffing op grond dat in erfpacht is uitgegeven.
|
Begrip:
Euribor
Euribor is een interbancaire rentevoet voor de Euro landen. Euribor is samengesteld door meer dan 3000 banken in de EU en een aantal banken buiten de EU en kan daarom gezien worden als een 'onafhankelijk' of 'standaard' rentetarief.
|
Begrip:
Executie
Gedwongen openbare verkoop van het onroerend goed.
|
Begrip:
Executiewaarde
De geschatte waarde van het pand bij gedwongen openbare verkoop. Bij bestaande woningen wordt die meestal geschat (getaxeerd) op 80 - 85% van vrije verkoopwaarde, afhankelijk van de marktomstandig-heden en de courantheid van het pand. Bij nieuwbouwhuizen gaat men meestal uit van 90% van de koop-/aanneemsom, inclusief de eventuele kosten van meerwerk. Bij een hypotheek zonder Nationale Hypotheek Garantie geldt de executiewaarde als uitgangspunt voor de hypotheek. Meestal kan niet meer worden geleend dan 125% van de executiewaarde. Tot circa 75% van de executiewaarde wordt meestal het normale rentetarief berekend, daarboven geldt een renteopslag die vaak hoger is naarmate men meer leent ten opzichte van de genoemde grens.
|
Begrip:
Expiratiedatum
De datum dat een contract of afspraak afloopt. Bijvoorbeeld de einddatum van een verzekering of rentevaste periode.
|
Begrip:
Extra aflossing
Een aflossing die u, hetzij verplicht (opgelegd door de geldverstrekker), hetzij vrijwillig, doet boven het bedrag dat u in de gekozen hypotheekvorm af moet lossen.
|
Begrip:
Extra storting
Een extra premiebetaling aan de verzekeringsmaatschappij waarmee u de looptijd van uw verzekering kan verkorten of u periodieke premie verlagen.
|
Top
|